Verschillende capnografiesystemen

Capnografie is veel meer dan alleen een maat voor ventilatie. De gemeten end-tidal CO2 (EtCO2) wordt beïnvloed door drie factoren: ventilatie, perfusie en metabolisme. Daardoor geeft capnografie niet alleen een getal, maar ook via de vorm van het capnogram waardevolle informatie over de toestand van de patiënt. Binnen de acute zorg kan capnografie daarom goed worden toegepast binnen de ABCD-benadering.

A – Airway

Capnografie is een belangrijk hulpmiddel bij het beoordelen en bewaken van de luchtweg. Een van de bekendste toepassingen is de bevestiging van correcte tubepositie. De aanwezigheid van een capnogram met passende CO2-waarden ondersteunt dat de tube zich in de trachea bevindt. Ook kan het capnogram helpen om problemen met de luchtweg vroegtijdig te signaleren, bijvoorbeeld wanneer de curve plots verdwijnt of verandert door dislocatie, obstructie of loskoppeling van het systeem.

B – Breathing

Capnografie geeft direct informatie over de ventilatie van de patiënt. Veranderingen in ademhaling zijn daardoor vaak veel sneller zichtbaar op de capnograaf dan op de saturatiemeter. Dat is een groot voordeel: bij een probleem in de luchtweg of ventilatie zie je vaak onmiddellijk verandering in het EtCO2 of in de vorm van het capnogram, terwijl een daling van de saturatie pas later optreedt. Capnografie maakt het daardoor mogelijk om sneller in te grijpen bij respiratoire verslechtering.

C – Circulation

Naast ventilatie geeft capnografie ook informatie over de perfusie en indirect over de cardiac output. Bij een gelijkblijvende ventilatie kan een stijgende EtCO2 bijvoorbeeld wijzen op een toename van de cardiac output, terwijl een dalende EtCO2 juist kan passen bij afname van de circulatie. Daarom is capnografie ook waardevol bij het monitoren van de kwaliteit van de reanimatie. Een verandering in EtCO2 kan dan een aanwijzing geven over de effectiviteit van thoraxcompressies of over herstel van spontane circulatie.