Kwaliteit van kapbeademing

Tips bij kapbeademing

Als kapbeademing niet succesvol is, dan zijn er een aantal tips:

  • Kapbeademing met twee handen (als er geen tweede persoon is, plaats een verlengstuk tussen de kap en ballon, probeer dan de ballon tussen jouw arm en romp te plaatsen)
  • Check of de patiënt in de correcte positie ligt (sniffing position; behalve wanneer er verdenking CWK-letsel is)
  • Gebruik een Guedel
  • Andere maat van de kap

Detecteren van de (spontane) ademhaling

Obstructie

Hypo-/hyperventilatie

Rebreathing

Reanimatie

In het geval van een reanimatie is er onvoldoende of geen bloedflow in het lichaam aanwezig. Bij cardiopulmonale reanimatie (CPR) helpt capnografie bij het beoordelen van de effectiviteit van de borstcompressies, omdat deze weer bloedflow creëren en gasuitwisseling weer mogelijk maken. De literatuur toont aan dat de hoogte van de CO2-waarden direct gecorreleerd is met de kwaliteit van de thoraxcompressies. Hoe effectiever de compressies, hoe hoger de CO2-waarden zullen zijn, omdat er meer bloed naar de longen wordt gepompt, wat zorgt voor een betere gasuitwisseling. Lage waarden kunnen wijzen op onvoldoende diepte of snelheid van de compressies, of op een slechte bloedstroom. Door bij het opstarten van de compressies de capnometer al te gebruiken, kan direct de kwaliteit van de compressies worden beoordeeld.

Bij Return of Spontaneous Circulation (ROSC)

Wanneer de resuscitatie en reanimatie succesvol zijn en de patiënt weer spontane circulatie krijgt, zal er een significante toename in de CO2-waarden op het capnogram te zien zijn. Dit is een indicatie dat de normale bloedstroom en gasuitwisseling in de longen zijn hervat.

Hypovolemische shock door verbloeding

Massale Longembolie

Metabolisme

Geïsoleerde stoornissen in het metabolisme welke tot een afwijking in het EtCO2 leiden, zal je in de praktijk bijna nooit tegen komen. Theoretisch gezien kan een verhoogd of verlaagd metabolisme leiden tot respectievelijk een verhoogd of verlaagd EtCO2.

Bij hyperthermie, thyreotoxische crise en sepsis kan er sprake zijn van een verhoogd EtCO2. Doordat in deze gevallen de weefsels door verhoogde activiteit meer CO2 aanmaken, zal ook in de uitademing meer EtCO2 te meten zijn. Prehospitaal is dit vaak beschreven bij een intoxicatie met XTC/MDMA en LSD als gevolg van een serotenerg syndroom. Ook hoge koorts bij sepsis of (zeldzamer) een thyreotoxische crise leiden tot een verhoogde productie van CO2 en worden vaak prehospitaal gezien.

Bij een zeer laag metabolisme en bij hypothermie is er sprake van een verlaagd EtCO2 omdat de weefsel minder CO2 produceren. Vaak is bij deze aandoeningen de cardiac output ook verlaagd, wat ook een verlaagd EtCO2 geeft. Denk hierbij aan de drenkeling in koud water.

Conclusie

Het vroeg gebruiken van capnografie en beoordelen van het capnogram geeft waardevolle informatie over ventilatie en cardiac output. Het is essentieel voor beoordeling van (kap-)beademing, bevestiging van correcte tubepositie, detectie van spontane ademhaling en het signaleren van veranderingen in weefselperfusie. Sluit daarom de capnometer aan zodra er wordt gestart met beademen en niet pas na plaatsen van een larynxmasker of tube.